WERKELOOS
Albert was al vele jaren gelukkig getrouwd. Zijn vrouw en hij hadden drie kinderen in de leeftijd van zeven, vijf en drie jaar. Ze waren allen goed gezond. Akbert had een leuke baan verdiende een goed salaris en ze huurden een mooi huis met een tuintje. Ze waren dik tevreden en het scheen allemaal voorspoedig te gaan. Ze hadden dan ook hoge verwachtingen van het leven. Het was de bedoeling van Albert om door hard te werken over enkele jaren een huisje te kopen met een stuk land waarop hij groente kon verbouwen en dieren kon houden want dat was zijn grootste hobby. Maar het zou toch anders verlopen dan hij had verwacht.
Er ontstond een economische crisis het ging slecht met de werkgelegenheid, er vielen overal ontslagen en het noodlot zou voor Albert ook toeslaan. Op het bedrijf waar hij werkte was het nog steeds goed gegaan, maar op een gegeven moment gingen ook daar de klappen vallen. Hij had er zo’n vijftien jaar als lasser gewerkt maar van de een op de andere dag stond ook hij op straat. Het personeel en de vakbonden hadden er van alles aan gedaan om het bedrijf draaiende te houden maar de direktie besliste anders. Er waren eenvoudigweg geen orders dus moest het bedrijf gesloten worden.
Dit was het ergste wat Albert kon overkomen het zinde hem helemaal niet om de gehele dag bij huis te moeten omlopen en van de WW te moeten leven. Maar er was geen werk dus moest hij er wel in berusten. Hij solliciteerde op elke advertentie maar het liep allemaal op niets uit want op één advertentie reflecteerden wel honderden mensen. Je moest gewoon erg veel mazzel hebben als je werd uitgekozen. Albert werd het dan ook al gauw zat en liet zich op aanbeveling van het CWI omscholen voor een ander beroep. Ze hadden hem verteld dat het vak dat hij nu ging leren dat daarin nog wel werk te vinden was.
Dus ging hij drie avonden in de week naar school gedurende een jaar lang. Het was een moeilijke tijd voor hem want hij was bepaald geen student, het ging hem moeilijk af maar hij wilde de cursus afmaken en door stoer door te zetten behaalde hij het diploma en vond zowaar werk. Hij was dolgelukkig, het beroep beviel hem wel niet zo goed als lasser maar hij had werk en verdiende goed en daar ging het om. Maar helaas ook dit bedrijf ging na enkele jaren dicht. Albert stond weer op straat. Opnieuw de WW in. Hij was nu ten einde raad, hij had alle moeite gedaan om een nieuw vak te leren en nu was hij weer werkeloos.
Hij ging opnieuw solliciteren het kon hem niet meer schelen wat. Alle kranten werden zorgvuldig uitgeplozen en elke week ging hij naar het CWI maar tot op heden heeft hij geen werk gevonden. Albert wordt een chagrijnig type hoewel hij altijd een vrolijke jongen was. Het is moeilijk om van het kleine salaris dat hij van de bijstand krijgt, want daar is hij inmiddels in terecht gekomen , te leven. Albert gaat piekeren, hij schaamt zich ervoor dat hij niet voor zijn gezin kan werken. Er heerst een spanning en het gevolg is dat ze er allemaal onder gaan lijden. Hoe kan hij zijn verwachtingen waarmaken en zijn kinderen een goede opleiding laten volgen.
Hij heeft er soms erg veel moeite mee, hij wil zich dan ook wel eens gaan bedrinken om al de ellende te kunnen vergeten. Maar dat weet hij nog steeds te voorkomen, want hij is bang dat dan zijn gezin uiteenvalt en dat wil hij absoluut bij elkaar houden. Maar zolang de slechte economische toestand aanhoudt zal het voor Albert en voor nog zo velen een moeilijk bestaan blijven, of er moet al gauw een verbetering komen en dat valt te betwijfelen. De toekomst blijft voorlopig uitzichtloos maar toch blijft Albert hopen dat hij nog weer eens een baan zal krijgen, want hoop doet leven.



Nu op radio Emmen







Weekschijf


