VERBLIJF IN EEN ZIEKENHUIS
Ik denk dat de meesten van ons wel eens in een ziekenhuis hebben gelegen voor een behandeling of een operatie. Het is niet één van de mooiste dingen in het leven, maar het hoort er nu eenmaal bij. Ikzelf heb er twee keer vertoefd, gelukkig niet voor een ernstige kwaal, maar voor vrij onschuldige operaties. Maar hoe klein de ingreep ook moge zijn het blijft een spannende aangelegenheid om opgenomen te moeten worden in zo’n tehuis. Je gaat er immers niet voor je plezier naar toe hè? Het begint allemaal met het afscheid nemen thuis, dan naar het ziekenhuis, je laten inschrijven op de afdeling opname.
Daarna het kennismaken met de verpleegkundigen en met je medepatiënten op de kamer. Als dat achter de rug is dan is het wachten op waarvoor je gekomen bent, de operatie. Je hoopt maar dat je zo snel mogelijk geholpen wordt. Ik had beide keren geluk, want ik werd na de dag van opname ’s morgens vroeg geholpen. De avond van tevoren dan krijg je meestal een bezoekje van de chirurg en de narcotiseur, ze maken een praatje en vertellen in het kort wat ze met je gaan doen. Daarna word je klaargemaakt voor de ingreep. Je krijgt geen eten meer, ze scheren de plek waar gesneden moet worden, douchen etc.
Dan volgt er een hele moeilijke nacht, van slapen komt bitter weinig terecht. Je denkt steeds was het maar voorbij, je hoopt dat het snel ochtend zal zijn. En eindelijk nadat de uren voorbij zijn gekropen is het dan zover. Je bent nerveus, je krijgt ook een injectie om rustig te worden. Bij mij werkte die blijkbaar niet zo goed, want ik werd alsmaar onrustiger. En dan word je met bed en al naar de operatiezaal gereden. Het uur van de waarheid is aangebroken. Nadat je vriendelijk onthaald bent zie je alleen nog de narcotiseur met de naald en verder niets meer en voordat je het weet lig je alweer op de kamer tussen de andere patiënten.
De operatie is gelukt maar je bent nog dizzy, een beetje beroerd, sommigen hebben dat heel erg en moeten braken, je voelt pijn, maar toch ben je gelukkig, het ergste is voorbij. Na enkele dagen voelt men zich alweer stukken beter. Ik moest er nog een weekje blijven en ik moet toegeven dat het best vertoeven was in het hospitaal. Goede verzorging, veel gepraat en gelachen. Er is ook altijd wel een grapjas onder je medepatiënten. De laatste keer dat ik er lag was dat ook het geval. Zijn naam was Manus. Wij noemden hem dan ook Manusje van alles, want hij knapte allerlei klusjes voor je op. Overdag reed hij in een rolstoel over de zaal en de gangen.
Manus was een optimistisch iemand, hoewel hij al maanden in het ziekenhuis verbleef en er nog een hele tijd moest blijven. Hij had een open wond aan zijn been die maar niet wilde genezen. De gehele dag had hij het grootste woord, dolde met het personeel vooral de meisjes onder hen moesten het ontgelden en hij had steeds zijn grapje klaar. Hij probeerde je op te monteren, maar deed ook dikwijls een poging om een patiënt die nog geopereerd moest worden bang te maken. Daar had hij veel lol om. Zo vertelde hij mij toen ik pas gearriveerd was dat de narcotiseur, een man met een donker uiterlijk, vroeger in het oerwoud had gewerkt om olifanten te verdoven......!
Dus het was uitkijken met die man. Wel een hele sterke, nietwaar? Maar ach, zo iemand heb je erbij nodig het maakt het verblijf prettiger, je kunt nog eens lachen. Maar natuurlijk blijf je uitkijken naar de dag van vertrek. Het is altijd nog oost west thuis best. En op de morgen dat je weg mag is het feest. Je neemt toch met een beetje weemoed afscheid van je kamergenoten en de verpleging. Men is al enigszins vertrouwd met elkaar geraakt. Wel als je zo een tijdje in het ziekenhuis moet verblijven dan valt het nog wel mee. Het wordt vanzelfsprekend even anders als je ernstig ziek bent, dan lijkt het mij geen pretje.



Nu op radio Emmen







Weekschijf


