Nog een sprookje 2
Het was weer zondagavond en Alex had zijn kleindochtertje weer te logeren. Toen ze eindelijk in bed lag, kwam de bekroning van de dag. Alex moest weer een verhaaltje vertellen. “Waar was ik ook al weer gebleven”, vroeg hij nadenkend. Het meisje dacht diep na en zei toen nadenkend: “de kaboutertjes waren begonnen om een heleboel bomen om te hakken. Maar dat is toch helemaal niet goed, opa”? Alex knikte. “Nee, dat is inderdaad helemaal niet goed, maar wisten zij veel? Ze hadden hout nodig en er waren bomen. Dus hakten ze die om. Zo simpel was het voor hen. Maar ja, als je meer bomen omhakt dan er kunnen groeien, komen er steeds minder. Gelukkig voor de kaboutertjes werd er steenkool in de grond gevonden en ze ontdekten dat als die eenmaal branden dat nog veel meer warmte gaf als hout. Nu konden ze ook beter staal maken en alle ijzeren gereedschappen verbeterden snel. En toen deed een kaboutertje een heel belangrijke uitvinding. Hij vond een stoommachine uit en enkele tientallen jaren later was het eiland drastisch veranderd. De stoommachine werd overal voor gebruikt. De kaboutertjes hadden fabrieken gebouwd waar ze met behulp van de stoommachine allerlei dingen maakten. Er reden stoomtreinen het hele eiland over en zelfs waren er al een aantal revolutionaire schepen. Die waren van ijzer en voeren niet meer met zeilen op windkracht, maar hadden een stoommachine aan boord die het schip voortbewoog. Dit alles had tot gevolg dat duizenden kaboutertjes als mollen onder de grond werkten om maar genoeg steenkool naar boven te halen”.
Het meisje keek Alex verbaasd aan. “Wat is steenkool, opa”? Nu was het Alex' beurt om verbaasd te kijken. Maar toen besefte hij dat tegenwoordig een kind van vijf niet kon weten wat steenkool is. Hij voelde zich plotseling oud.
“Weet je wat turf is”, vroeg hij. Het meisje knikte. Dat had ze weleens gezien toen ze in het Veenpark was. “Nou”, zei Alex, “als dat in de loop van honderdduizenden jaren steeds dieper in de grond komt te zitten en dan door het gewicht van de grond steeds meer in elkaar wordt geperst, dan wordt het uiteindelijk net steen. Het is dan nog steeds pikzwart en het brand nog veel beter dan turf”. Het meisje knikte nadenkend. “Maar als je die steenkool dan allemaal uit de grond haalt dan is het toch eens op”? Alex lachte. “Dat klopt. Of zoals mijn moeder vroeger al zei: waar af gaat en niets bijkomt, is vroeg of laat verdwenen! Maar daar dachten de kaboutertjes niet aan. Er zat zoveel steenkool in de grond, dat zou nooit opraken, dachten ze. En bovendien hadden ze ondertussen nog een belangrijke ontdekking gedaan. Er was een plek op het eiland waar een zwarte smurrie uit de grond kwam. En nu was er een kaboutertje die ontdekt had, hoe je die smurrie kon bewerken totdat er een vloeistof overbleef die heel fel kon branden. Hij noemde het benzine en de smurrie aardolie. Veel kaboutertjes gingen aan het experimenteren en verschillenden bouwden een motor die op benzine liep. Maar daar vertel ik je later wel eens over, want nu is het tijd om te slapen”. Nadat hij haar ingestopt en welterusten gewenst had, liep hij zachtjes het kamertje uit en deed voorzichtig de deur dicht. En zijn kleindochter droomde over al die vreemde dingen die ze gehoord had.



Nu op radio Emmen






Weekschijf


