HET RIJBEWIJS.
Peter had het liefst op zijn achttiende jaar het rijbewijs gehaald, maar zijn ouders hadden hem toen nog te jong gevonden en een auto dat was veel te gevaarlijk. Stel je eens voor dat hij een ongeluk zou krijgen. Het gezin bestond uit vijf meisjes en Peter de enige jongen. Peter had het echter wel rot gevonden dat hij geen autorijden mocht leren, want zijn vrienden mochten dat wel. Hij had er zich maar bij neergelegd. Toen hij drieëntwintig werd mocht hij dan gaan lessen. Hij was er nu oud en verstandig genoeg voor en zijn ouders hadden er ook belang bij. Ze hadden inmiddels een flink bedrag gespaard waarvan ze een wagentje konden kopen zodat Peter hen dan kon brengen en halen als ze eens ergens op bezoek gingen.
Ze moesten nu altijd iemand vragen en dat was dan niet meer nodig. Dus stapte Peter meteen naar een rijschool en volgde trouw de rij- en theorie lessen. Maar Peter had volgens de rijinstructeur heel wat lessen nodig voordat hij alles onder de knie had en dat klopte ook volgens de ouders van Peter. Het is een doodgoeie jongen, maar hij is een beetje traag van begrip. Maar wat hij doet dat doet hij ook goed. Peter had dus meer lessen nodig dan een gemiddelde leerling, hij vond dat niet erg. Hij had er in ieder geval veel aardigheid aan . Hij zou en moest het papiertje halen, hoe moeilijk het ook allemaal voor hem was.
Nadat Peter zo’n 50 lessen had gevolgd vroeg de instructeur het examen voor hem aan. Maar hij gaf Peter niet veel kans om te slagen.Peter was echter vol goede moed. Hij vertelde aan iedereen die het maar horen wilde dat hij examen deed en dat hij ook een auto zou krijgen. En zijn ouders hadden ook erg veel vertrouwen in hem, vooral zijn moeder die zag het wel zitten. Haar Peter zou het wel effe maken. Hij moest meer lessen hebben dan andere leerlingen, maar hij zou de eerste keer meteen slagen, daar was zij van overtuigd. Zij kon eigenlijk niet begrijpen dat sommige mensen er vier of vijf keer over moesten doen, zij vond dat maar stom.
Nee, dat zou Peter niet overkomen daar was ze zeker van. Maar zo gemakkelijk zou het allemaal niet vergaan. Peter was op de dag van het examen vreselijk nerveus. Hij was de eerste, hij moest dan ook al om acht uur ’s morgens aanwezig zijn in een lokaal bij het station. In het huis van Peter daar heerste een paniekerige toestand, dat was al dagen zo geweest sinds Peter een oproep had ontvangen voor het examen. Maar op de bewuste dag was het helemaal mis. De moeder van Peter was totaal van streek. Ze had al enkele dagen niet meer kunnen eten en slapen en Peter had ook al dagen geen brok meer door zijn keel kunnen krijgen.
Met knikkende knieën verscheen hij dan ook voor de examinator. Gedurende de theorie examen wist hij zich niets meer te herinneren, hij had een black- out en het rijden werd ook een fiasco. Om te beginnen stapte hij aan de verkeerde kant de auto in, in plaats van het gaspedaal te gebruiken strapte hij op de rem. Alles ging fout, hij was helemaal in de war. Maar uiteindelijk vertrok de auto met horten en stoten. Toen hij onder het rijden ook nog een ingreep kreeg kon Peter het helemaal wel schudden. De examinator kwam na het rijden lijkbleek de auto uit hij was dolgelukkig dat het afgelopen was.
Het resultaat was dan ook dat hij zowel op het rijden als op de theorie gezakt was. Zijn ouders en zusters waren diep teleurgesteld toen Peter met een bedrukt gezicht het huis binnenkwam.Er had bij hen geen enkele twijfel bestaan, zij hadden het gebak en de bloemen al besteld. Maar goed er was niets aan te doen. De volgende keer zou het Peter wel lukken. Volgens de moeder had het toch meer aan de examinator gelegen dat Peter was gezakt, die zou wel geen al te beste bui hebben gehad en daar was Peter de dupe van geworden. Ja, dat was gewoon pech hebben. Peter is daarna nog vijf keer gezakt, maar de zesde keer was het dan toch raak. Een paar weken later reed Peter met pa en ma op de achterbank zo trots als pauwen door hun woonplaats.



Nu op radio Emmen






Weekschijf


