HARMANNUS
Harmannus was een bejaarde man. Hij had een stijf been, dat had hij overgehouden van een ongeluk dat hem vroeger overkomen was en liep daarom met een wandelstok. Hij mocht graag wandelen en daar hij veel vrienden en kennissen had werden die ook vaak met een bezoekje door hem vereerd. Hij droeg altijd een slappe hoed die over zijn oren hing en lurkte voortdurend aan zijn pijp waarvan de kop voorzien was van een dekseltje met kleine gaatjes erin. Op deze manier kon er geen vuur ontsnappen en dan kon er ook geen brand ontstaan, zo luidde hiervoor zijn verklaring.
Hij was ook een hele boeiende verteller, in zijn verhalen speelden de wandelstok en het stijve been meestal een belangrijke rol. Zijn grootse hobby was echter het houden van bijen, waar hij hele theorieën van kon ophangen en waar hij ook het grootste deel van zijn tijd mee doorbracht. Nu had mijn vader dezelfde hobby en in de zomer dan gebeurde het wel eens dat een zwerm bijen niet terugkeerde naar hun korf maar zich als een grote bol vestigde in takken van bomen en struiken.
Harmannus werd dan gewaarschuwd, hij zorgde ervoor dat de bijen weer in de korf terechtkwamen. Hij vond het prachtig dat hij dat mocht doen. Harmannus had overal zijn eigen mening over. Hij was een echte stijfkop en hij duldde geen tegenspraak. Zo had hij ook een hekel aan vliegtuigen. Als er een vliegtuig overvloog dan wees hij zwaaiend met zijn stok naar de lucht en riep, ‘ dat rotding hoort daar niet, dat heeft de Schepper zo niet bedoeld. De lucht is er voor de vogels en door het lawaai van die dingen verjagen ze deze dieren en dat is toch jammer.
‘ Meisjes en vrouwen die een broek droegen oh, oh, dat hekelde hij ook zo. ‘ Vrouwen moeten jurken en rokken dragen, mannen dragen broeken,’ zei hij dan. En je moest hem niet tegenspreken door te zeggen dat hij ouderwets was want dan werd hij boos en riep op luide toon,’ deze moderne tijd maakt alles kapot, zo kan het niet doorgaan let maar eens op mijn woorden,’ terwijl hij verwoed met zijn stok zwaaide. Kinderen uit de buurt mochten hem ook graag plagen. Een van kreten was, ‘ kunnen wij je stok ook kopen Harmannus?
Wacht maar totdat ik jullie in de vingers krijg dan zullen jullie eens kennis maken met mijn stok, ‘riep hij dan. Ja, de wandelstok was tevens zijn wapen. Zo gebeurde het eens dat Harmannus op een zondagmorgen naar de kerk ging.Hij was een trouwe kerkganger. Hij liep netjes aan de kant van de straat. Nu kwam er een jongen aan op een fiets en hoe het ook kon gebeuren blijft een raadsel maar Harmannus werd door die jongen aangereden. Gelukkig niet ernstig maar Harmannus bezeerde wel zijn goede been. En oh, oh wat werd hij toen kwaad.
Dat is ook wel te begrijpen je loopt al moeilijk en dan ook dit nog. ‘Verdomme, rot, rot jong kun je niet beter uit je doppen kijken. Straks heb ik twee stijve benen en kan ik helemaal geen voet meer verzetten. De straat is toch breed genoeg? Sorry Harmannus ik kon er niks aan doen,’ zei de jongen. 'Wat sorry,’ zei Harmannus. Hij zwaaide met zijn stok en greep de jongen vast en gaf hem met de stok enkele fikse slagen op zijn achterwerk. ‘Zo dat is je verdiende loon, let op een andere keer beter op waar je rijdt.’De jongen stapte huilend op zijn fiets en reed weg. Harmannus streelde zijn stok en zei,’ als ik jou ook niet had.’ Daarna schuifelde hij verder.



Nu op radio Emmen






Weekschijf


