FIETS.
Ik ben altijd al een liefhebber van de fiets geweest en dit tweewielig voertuig heeft ook een rol in mijn leven gespeeld. Het begon allemaal toen ik als kleine jongen een fiets kreeg, dat vergeet ik nooit meer. Mijn oudere broer had een fiets op de kop getikt, het was een oud ding, maar aangezien mijn broer een echte knutselaar was maakte hij er een mooi vehikel van. Het werd zelfs een opvallend exemplaar want hij had hem vuurrood geverfd en alle dingen die er aan zaten functioneerden prima. Ik was dan ook zo trots als een aap wanneer ik met de rooie door het dorp reed. Maar op een dag toen ik weer lekker aan het toeren was, gebeurde er iets vreemds.Ik zakte namelijk langzaam naar beneden. Ik wist niet wat er aan de hand was, maar het was een hele vreemde gewaarwording. ‘Wat gebeurt er nou met me’, dacht ik. Opeens een knal en ik lag op straat. Wat bleek nou? De stang onder het zadel was afgeknapt. Ik schaamde me voor de mensen die langskwamen en was diep teleurgesteld dat mijn fiets kapot was. De stang was natuurlijk verroest geweest, maar mijn broer noemde het metaalmoeheid. Nou, daar had ik nog nooit van gehoord. Maar goed, hij was een kenner, nietwaar? Maar één ding was zeker: ik had geen fiets meer. Dan maar op de fiets van mijn vader.
Die was vanzelfsprekend veel te groot voor me, maar door op de bagagedrager te gaan zitten lukte het, ik kon dan net bij de trappers komen. Mijn vader was echter zuinig op zijn fiets en hij vond het dan ook helemaal niet leuk dat ik er op zat te jakkeren. Maar toen ik naar de middelbare school moest, had mijn broer weer een fiets voor mij versierd. Het was echter geen nieuwe, maar door zijn deskundigheid maakte hij er opnieuw een pracht-karretje van. Maar ook deze fiets was geen lang leven beschoren, op school hadden mijn medeleerlingen hem eens goed onder handen genomen, hij was totaal gesloopt.
Ik had dus weer geen fiets. Ik moest toch vervoer hebben. Daarom kocht mijn vader een nieuwe fiets en mocht ik de oude gebruiken en deze heeft het, op enkele mankementen na, de schooljaren volgehouden. Daarna heb ik hem zelf gesloopt om er een soort racefiets van te maken. Mijn vriend had zijn fiets ook omgebouwd en samen hebben wij dan ook menig uurtje hardgereden. Wij vonden het een prachtige bezigheid, hoewel wij dikwijls met grote schrammen thuiskwamen vanwege de valpartijen: een gebroken pols heb ik er zelfs aan opgelopen.
Toen kwam de bromfiets. Ik moet zeggen: het was een rotding. Ik stond er meer mee langs de weg dan op de weg. Volgens kenners was de sproeier steeds verstopt. Maar nadat mijn broer, ere wie ere toekomt, hem grondig had nagekeken, ging het uitstekend met de brommer. Hij heeft het een hele tijd volgehouden, maar toen ik de leeftijd had bereikt om rijlessen te gaan nemen, heb ik hem van de hand gedaan. Nadat ik mijn rijbewijs gehaald had, kon ik een autootje van 10 jaar oud kopen.
Nu zijn wij in het bezit van een nieuwe auto, maar ik rij toch heel graag op de fiets. Ik heb zelfs een mountainbike. Het is mijn lust en mijn leven. Fantastisch is het om je in de vrije natuur eens helemaal te kunnen losrijden. En als de Tour de France begint dan ben ik niet te houden. Ik ben een liefhebber van de fiets en dat zal ook wel zo blijven.



Nu op radio Emmen






Weekschijf


