DOKTER UFFELMAN
Onze vroegere huisarts was dokter Uffelman. Hij droeg altijd een grote overjas die losjes om zijn lichaam hing. De jas droeg hij het gehele jaar, zowel ’s zomers als ’s winters. De kleur was grijs met een zwart streepje erin. Met zijn kleding nam hij het niet zo nauw. Hij was een erg verstrooide man. Zijn haar was niet grijs, maar spierwit met een grote lok naar voren gekamd, deze viel over zijn ogen en dat in combinatie met zijn verstrooidheid soms tot hachelijke situaties leidde als hij weer eens plat ging of ergens met zijn hoofd tegenaan botste. Dat gebeurde weleens als hij zijn tweedehands autootje uitstapte en het pad bij ons huis kwam oplopen.
Het liep meestal wel goed af, maar het was bij ons een paniekerige toestand als de dokter die een patiënt kwam bezoeken weer eens viel en hem weer zag opkrabbelen. Hij moet zich toch ook weleens echt hebben bezeerd, doch hij liet dat nooit merken, blijkbaar was hij er aan gewend. Toen kwam de dokter nog bij de mensen thuis, tegenwoordig moet je naar de arts toe, of het moet een heel ernstig geval zijn, zodat je niet naar hem of haar toe kunt. Dokter Uffelman was een aardige man. Afgezien van zijn verstrooidheid had hij nog enkele rare gewoontes of gebreken, het is maar hoe je het wilt noemen. Hij stotterde en geen klein beetje ook en hij was erg lomp.
Een onhandige plattelandsdokter, hoewel hij zijn vak uitstekend verstond. Als hij binnenkwam zei hij,’goe....de dag’ en vroeg ‘w....aar is de pa....tiënt?’ Men moest zich altijd helemaal uitkleden en werd dan van top tot teen onderzocht. Het maakte niet uit of het een griepje of iets ernstiger was. Daarna ging hij zitten en schreef een recept van een paar regels met hele kleine letters op een vel papier van ongeveer 20 bij 20 cm. Meestal ook nog boven in een hoekje genoteerd. Ik denk dat de apotheek waar de medicijnen gehaald moesten worden er moeite mee had om het te ontcijferen.
Als hij zijn kopje koffie, dat was altijd vaste prik als hij bij ons thuiskwam en de patiënt had onderzocht, opdronk dan kon je dat op grote afstand horen. Hij sprak op zeer luide toon over ditjes en datjes waarbij men de zakdoek tevoorschijn moest halen om de spatten van je voorhoofd te vegen als je te dicht bij hem in de buurt zat. Daarna ging hij nog even naar de patiënt toe gaf hem of haar een tik op de schouder en gebruikte altijd dezelfde woorden, ’moed hou.....den ho...or het komt alle....maal wel weer voor el.....kaar.’ Nadat hij de mensen thuis vriendelijk had gegroet liep hij weer strompelend het pad af en stapte in zijn auto.
Met vol gas scheurde hij dan weg. Het gebeurde ook wel een keer dat het wagentje niet wilde starten, want volgens deskundigen kwam hij heel weinig in een garage voor onderhoud. Dus het risico was dat de auto weleens wilde weigeren of andere mankementen vertoonde. Men zag hem met zijn kuif naar beneden kijken en in zichzelf mopperen. Als dan de huisgenoten naar buiten kwamen om de auto een duw te geven, keek hij heel chagrijnig naar hen, terwijl hij enige verwensingen uitsprak die niet in een goed nederlands woordenboek voorkomen. Maar als het wagentje dan weer liep lachte hij, zwaaide nog even en reed met volle snelheid weg.
Hij was een pracht figuur. Toen hij zeventig jaar werd nam hij afscheid van zijn praktijk en patiënten. De receptie die hem werd aangeboden werd zeer druk bezocht, bij elke handdruk hoorde je hem zeggen, ‘moed hou.....den hoor’. Toen een jonge arts zijn plaats kwam innemen moesten wij daar wel even aanwennen. Zo’n type als dokter Uffelman denk je nog vaak aan terug, je vergeet hem niet gauw. Hij was een unieke man op elk gebied.



Nu op radio Emmen





Weekschijf


