DE VERLOREN ZOON.
Moeder Meike zat in haar huisje bij het haardvuur en leek triest naar de sneeuwvlokken die ze op de verlichte straat naar beneden kon zien dwarrelen. Ze zat een beetje te mijmeren. Het was Kerstavond en eigenlijk zou ze blij moeten zijn, maar dat was ze in het geheel niet want ook dit jaar zou ze de feestdagen alleen moeten doorbrengen. Haar man was enkele jaren geleden gestorven en haar enige zoon Joakim die had haar verlaten. Ja, Joakim had het na de dood van zijn vader niet meer zo goed met moeder kunnen vinden. Ze hadden vaak woorden gehad.Meike had namelijk graag gezien dat Joakim na zijn schooltijd een baantje had gezocht om op die manier beter in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, omdat ze vroeger altijd al een armoedig bestaan hadden gekend. Maar Joakim dacht daar anders over. Hij wou daar niets van weten. Hij wilde weg van moeder en huis. De wijde wereld in op avontuur, moeder moest zich alleen maar zien te redden. En ondanks alle waarschuwingen van Meike dat het in de vreemde niet zo makkelijk zou zijn had Joakim toch zijn zin doorgezet. Moeder had er veel verdriet om gehad. Ze dacht nog heel veel aan hem, vooral op een avond als deze.
Waarom was hij toch zo opstandig geweest, waarom wilde hij niet naar haar luisteren? Ze had niets meer van hem gehoord. Waar zou Joakim eigenlijk uithangen? Waar zou hij wonen? Zou hij nog wel leven? Het waren allemaal onopgeloste vragen voor haar. Meike schudde met haar hoofd. Ze wist het echt niet, maar ze wou Joakim toch weleens terug zien. Terwijl ze zo zat te piekeren werd er plotseling op de buitendeur geklopt. Wie kon dat nou zijn op deze avond? Ze was een beetje bang, ze durfde de deur niet open te doen. Maar de bezoeker bleef doorgaan met het kloppen op de deur.
Ze moest toch de deur maar openmaken want het kon ook iemand zijn die hulp nodig had. Ze liep huiverig naar de deur en deed de grendel er voorzichtig af. In het donker zag ze een verschijning met een koffer in zijn hand staan. Meike schrok bij de eerste aanblik, maar de persoon zei,’hallo moeder kent u me nog, ik ben Joakim.’ Ze zag het niet meteen, maar ze herkende wel de stem. ‘Ben jij het Joakim? Werkelijk? Het is niet waar. Oh mijn God. Ja, ik ben het echt’.
Ze vlogen elkaar in de armen en kusten mekaar van blijdschap. ‘Kom binnen, doe je jas uit en ga bij de haard zitten want je zult het wel koud hebben. Dan zet ik gauw koffie met zelfgebakken kerstbrood,’ zei moeder. Even later zaten ze voor de haard onder de kerstboom en keken naar de kribbe. Ze hadden elkaar zoveel te vertellen. ‘U hebt gelijk gehad moeder. Ik dacht dat ik zonder u kon, maar dat is me niet gelukt. Ik heb er echt spijt van wat ik u heb aangedaan. Ik ga nooit meer weg, ik blijf voorgoed bij u om voor u te zorgen ik heb mijn lesje wel geleerd.
Oh, ik vergeef je alles jongen ik ben veel te blij dat je terug bent en dat je bij me blijft.’ Moeder Meike liet haar tranen de vrije loop. ‘ Ik dacht dat ik je nooit meer terug zou zien.’ En terwijl de kerkklokken luidden en het ‘ nu zijt wellekome’ op de radio werd gezongen bad Meike tot God om Hem te bedanken. Het werden de mooiste Kerstdagen in haar leven. De verloren zoon was terug.



Nu op radio Emmen






Weekschijf


