DE VERHUIZING
De vrienden van Hugo gingen verhuizen. Jaren hadden ze in een voor hen te klein huis gewoond. Eindelijk hadden ze dan toch een grotere woning toegewezen gekregen. Daar verhuizen nogal veel werk en een hoop rompslomp met zich meebrengt had Hugo hen aangeboden om mee te helpen. Het zou in het weekeinde gebeuren en daar de afstand tussen de oude woning en de nieuwe niet zo groot was moest de tijd voldoende zijn. Vroeg op de zaterdagmorgen ging Hugo naar het huis van zijn vrienden. Hij had gedacht dat hij de eerste zou zijn, maar daar vergiste hij zich behoorlijk in, want men was al druk bezig.
Er was een levendigheid waar Hugo met enige verbazing naar keek. De één zwoegde nog harder dan de ander. Er was één persoon die extra opviel, een voor Hugo onbekende man, die Barend bleek te zijn. Een nogal serieus type zo te zien van rond de vijftig jaar met een kaal koppie. Hij droeg een grote overall met hoge zware schoenen, maatje 48-50. Hugo bleef in de deuropening staan kijken en dacht dat hij overbodig zou zijn, hij zei, ‘wel jullie hebben al hulp zo te zien. Ja, inderdaad dit is onze neef Barend, hij is vrijgezel en belde ons of hij zich gedienstig kon maken. Nou je begrijpt wel dat we geen enkele hulp afslaan. Gelijk hebben jullie,’zei Hugo.
‘Maar jouw hulp Hugo is ook van harte welkom,’ antwoordde de vriend. ‘Tussen twee haakjes, Barend kan heel hard werken, zo iemand heb je echt nodig bij een verhuizing, let maar eens op.’ Dat Barend van wanten wist daar is Hugo ook achter gekomen. Tjonge,tjonge wat een uithoudingsvermogen had die man. Hij tilde, sleepte, sjouwde, rende van de éne hoek naar de volgende. Hij kon echt alles. Al de anderen moesten net zo hard werken. Ze kregen eenvoudigweg geen kans om even uit te rusten. ‘Kom op, kom op,’zei Barend dan, ‘we moeten verder.’ Het gekke was dat er ook nog gehoor aan gegeven werd.
Hugo en zijn vrienden maanden Barend wel eens tot rust, maar daar wilde hij niets van weten. Iedereen was voortdurend in beweging. Toch zou Barend het met de enorme zitbank die ook naar de verhuiswagen gebracht moest worden, moeilijk krijgen. Dat ding was loodzwaar, je kon hem met vier man nauwelijks optillen, je kreeg er geen vat op. Nu stond Barend toch ook met de handen in de zij hulpeloos te kijken. Je zag hem denken, hoe pak ik dit karweitje aan. Vanzelfsprekend nam hij de leiding. ‘Geen gezeur, we moeten dat ding toch kunnen versjouwen, kom op. Als jullie nou proberen de bank op te tillen dan zet ik mijn rug eronder.’
Barend liep blauw en paars aan. Hugo dacht die haalt het niet, maar met veel gekreun en gesteun lukte het de bank in de verhuiswagen te krijgen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat alle spullen in één dag overgebracht waren. Ze hadden gedacht daar het hele weekeinde mee bezig te zijn, maar dankzij Barend.......Toen Hugo ’s avonds thuiskwam liet hij zich hijgend in een stoel vallen. Die Barend, wat een dictator, dacht hij. Als ik elke dag zo moest werken dan hield ik het gauw voor gezien. Barend zal nu ook wel erg moe zijn. Opeens hoorde Hugo een fietsbel. Kreunend richtte hij zich op uit de stoel, al zijn ledematen deden hem pijn en keek naar buiten.
Daar stond Barend, lachend en zwaaiend. ‘Ga je mee een potje vissen?’ Hoe komt die man nou op zo’n idee, dacht Hugo. Had ik hem maar nooit verteld waar ik woonde. ‘Nee, ik heb geen zin om mee te gaan. Ik ben te moe. Och, och, wat een slappeling,’ zei Barend. Met zijn hengeltje aan het stuur gebonden reed hij glimlachend verder. Wat een energie heeft die man, dacht Hugo. Zijn vrienden hadden gelijk gehad, bij een verhuizing heb je zo’n man nodig, iemand die van aanpakken weet en die een soort dictator is, hoe onplezierig dit voor andere mensen ook moge zijn.



Nu op radio Emmen






Weekschijf


