DE DODE LEEFT
Wij hadden een bruiloft. Een nicht van mij ging trouwen, dus werd er op die dag feestgevierd. Toen wij met familieleden in een feestzaal met een drankje voor ons bij elkaar zaten ontwikkelde zich een gesprek. Er bleek namelijk iemand niet te zijn. Ja, waarom was die persoon eigenlijk niet aanwezig. Allemaal hadden ze een verklaring. De één zei, ’ hij is ziek,’ de ander ‘hij is verhinderd,’ nog een ander ‘hij moet werken, volgens mij werkt hij in de ploegendienst op een fabriek.’
Het kan ook zijn dat hij gewoonweg geen zin heeft om te komen. ‘Nou, dat lijkt me sterk,’ zei ik. Maar er was ook een man die beweerde dat de desbetreffende persoon overleden was. En die zei dat zo stellig dat iedereen gaandeweg overtuigd werd dat het wel eens zo kon zijn. Ja, de man was dood. ‘Ik denk dat hij al een paar jaar geleden gestorven is. Ja, ik weet het niet zo goed meer,’ zei een ander. ‘Ik heb hem vorig jaar op een feestelijke bijeenkomst ook al niet gezien.’ Het gesprek eindigde met de woorden dat hij wel dood moest zijn en men ging over tot een ander verhaal.
Toen opeens verscheen de gedoodverfde man in ons midden. Door privé-omstandigheden was hij te laat. Ik heb nog nooit zulke verbaasde gezichten gezien als toen. Er werd niets meer gezegd, alleen maar gekeken. Het was doodstil en ik denk dat iedereen zich een beetje geneerde. Het werd al met al toch een mooi feest.



Nu op radio Emmen






Weekschijf


