Benzineprijs
Toen we zondag het café binnenstapten om wat warms te drinken, zagen we hem direct zitten. Een oude vermoeide wat sjofele man. Hij zat alleen aan de hoek van de bar met afhangende schouders. Een lege mok voor hem, waar zo te zien chocolademelk in gezeten had. Alles aan hem straalde droefgeestigheid uit. Zijn houding, zijn kleding en zelfs de ruimte om hem heen was gevuld met droefgeestigheid. Een hoedje stond op zijn iets te lange sluike haar en twee wat waterige ogen staarden van achter een ouderwetse bril met grote glazen naar de mok tussen zijn handen. Een lange snor met aan de punten van de haartjes wat opgedroogde chocolademelk, sierde zijn gezicht. Hij zat in totale afzondering van de drukte om zich heen in zijn eigen besloten wereld.
Alex stootte me aan, knikte naar de man en ging naast hem aan de bar staan om te bestellen. De kastelein draaide zich naar hem toe en Alex bestelde twee koffie. Toen draaide hij zich opzij en ik zag zijn ogen wat verbaasd verder open gaan alsof hij de man pas op dat moment zag zitten en zei: “o, eh, deze man wil vast ook nog wat drinken”. De man reageerde niet. Pas toen de kastelein voor hem ging staan en zijn keel schraapte keek hij niet begrijpend op. “Deze man vraagt of u wat wilt drinken”, zei de kastelein. De vraag moest blijkbaar even tot hem doordringen. Ik kon zijn verwarring zien. Toen schoof hij zijn mok naar de kastelein en mompelde: “geef me nog maar een warme chocolademelk”. Daarna wendde hij zich tot Alex en bedankte hem. Alex knikte hem vriendelijk toe.
“U was nogal ver weg”, begon Alex een praatje. Even leek het dat de man niet zou reageren, maar toen scheen hij een besluit te nemen. Hij schudde even met de schouders alsof hij letterlijk iets van hem af liet vallen en antwoordde: “ja meneer, ik zat afscheid te nemen”. Toen draaide hij zich naar de dampende mok chocolademelk die de kastelein voor hem neergezet had en leek weer weg te zinken in zijn droefgeestigheid. Maar Alex, wiens nieuwsgierigheid nu gewekt was, liet niet meer los. “Afscheid nemen”? Vroeg hij belangstellend. De man knikte. “Ja meneer”, zei hij, “van m'n autootje. Kijk, daar staat ze”. En hij wees naar buiten waar we tussen al het verzamelde blik een keurige bejaarde auto zagen staan. Nu de man was gaan praten, scheen hij alle remmingen kwijt te raken. “Is het geen pracht karretje”, zei hij trots, “22 jaar oud en nog geen roestplekje meneer”. Wij knikten bevestigend.
Je kon zien dat het een auto was die heel zijn leven vertroeteld was en waar de tand des tijds geen invloed op had gehad. “Maar nu is het afgelopen”, verklaarde hij. “Het wordt te duur. Ik heb nog nooit van m'n leven meer getankt dan een tientje benzine. Toen de euro kwam, werd dat dus 4,50. Deze week moest ik gaan tanken omdat het waarschuwingslampje ging branden. Toen ik getankt had, ging ik nog even een boodschapje doen en toen ik thuis kwam, ging dat lampje alweer branden”. Hij haalde berustend de schouders op. “Tja, voor m'n 4 1/2 euro heb ik nog geen drie liter en ze lust nog wel een slokje”. Alex deed alle moeite om niet te lachen. “Je zou een keer kunnen proberen om tien euro benzine te tanken”, opperde hij. De man keek hem vernietigend aan. “Principes meneer, principes. Ik heb nog nooit van m'n leven meer als 10 gulden getankt en dat ga ik nu ook niet doen”!



Nu op radio Emmen






Weekschijf


