AFTAKELEN
‘Als je gezond bent, dan ben je rijk,’zo luidt een gezegde. Dat is ook absoluut de waarheid, want als je gezondheid je in de steek laat, dan hebben alle aardse dingen geen enkele betekenis meer. In mijn naaste omgeving heb ik diverse mensen gekend die sterk en gezond waren, maar door ziekte zag aftakelen tot een zielig hoopje mens. Erger nog, ze veranderen in een wrak. Het is bijna niet te geloven hoe snel dat soms kan gaan. Ik heb in de buurt waar ik woon er afgelopen jaar nog een mooi voorbeeld van gezien. Dagelijks liep Daan, een kennis van ons, zwaaiend met zijn hand voor ons huis langs. Hij had brood bij zich om de eenden in de vijver te voeren.
Zijn actieve loopbaan had hij beëndigd en hij zat nu in de VUT. Daan was een opgewekte man en genoot van het leven. Maar op een middag toen wij in de kamer zaten schoot me ineens te binnen dat ik Daan een hele poos niet meer had gezien. Ik vroeg mijn vrouw, of ze Daan nog wel eens zag lopen. ‘Nee, daar zeg je me wat ik heb hem ook al een hele tijd niet meer gezien,’ antwoordde ze. ‘Nou ja, misschien dat hij niet meer naar het park gaat. Hij kan ook wel buitenshuis zijn, of op vakantie, maar het is ook mogelijk dat hij ziek is.’We hadden er verder niet meer aan gedacht, totdat ik een tijdje later op een middag in mijn auto wilde stappen en ik een man leunend op een wandelstok zag staan.
Ik keek eens goed. Als dat Daan niet is, dacht ik. Ik deed het portier van de auto weer dicht en liep naar de man toe. Ik zag dat het inderdaad Daan was. Ik herkende hem bijna niet meer zo was hij afgetakeld. Met een bleek gelaat en broodmager stond hij even uit te rusten. ‘Kerel Daan hoe is het met je wat is er met jou gebeurd?’vroeg ik. ‘Ik ben zo moe,’zei hij op zachte toon. ‘Weet je, ik heb drie keer in het ziekenhuis gelegen, ben drie keer geopereerd, kankergezwellen. Kanker?’vroeg ik. Het was alsof ik een klap voor mijn kop kreeg. ‘Ja, ik heb nog veel pijn, ik ga maar weer naar huis toe. Kun je je alleen redden?’vroeg ik. ‘Ja, dat lukt wel,’antwoordde hij.
Hij had ook duidelijk geen zin meer in een gesprek.’Nou, beterschap,’zei ik. Hij reageerde hier niet op, volgens mij interesseerde het hem niet meer. Stapvoets liep hij in de richting van zijn huis. Ik was er kapot van en dacht het is gauw met Daan gebeurd, die zien we niet meer. Ik vond het jammer dat we niet hadden geweten dat hij zo ernstig ziek in het ziekenhuis had gelegen, want dan hadden we hem toch een bezoekje kunnen brengen. Hem nu nog thuis bezoeken daar zag ik niet zoveel heil in. Wel zonden we hem een kaartje met van harte beterschap toe.
Maar wie schetst mijn verbazing toen na een tijd wij Daan weer zwaaiend voor ons huis langs zagen lopen in de richting van het park. Ik ging meteen naar buiten. Ik was blij hem weer te zien en vroeg, ‘hallo Daan, hoe is het met je, je ziet er stukken beter uit.’ Hij had geen wandelstok meer bij zich, hij was dikker geworden en zijn gelaatskleur was ook niet zo bleek meer. Hij glimlachte en zei,’Ja, ik moet zeggen dat ik God zij dank aardig opgeknapt ben, het waren volgens de artsen geen kwaadaardige tumoren, Gelukkig maar,’ zei ik. ‘Maar;’zo ging hij verder ‘helemaal de oude zal ik wel nooit meer worden.
En ik ben ook bang dat de ziekte nog eens weer terug zal komen, maar ik hoop natuurlijk van niet hé? Dat hoop ik met je,’zei ik. ‘Maar met het ouder worden dan komen ook de kwaaltjes, je begint gewoonweg af te takelen. Ja, dat ben ik met je eens,’antwoordde ik. Maar Daan loopt nu nog dagelijks voor ons huis langs en hij zwaait nog steeds en ik hoop dat we hem nog lang mogen zien. Met Daan is het nog goed afgelopen, hij heeft het overleefd, maar bij hoevelen die door ziekte worden getroffen en die je ziet aftakelen is dat niet het geval?



Nu op radio Emmen






Weekschijf


