2 mei 2011 4 mei
Vorige week was er een stelling op de radio en iedereen kon zijn mening er over geven. De stelling was: de zoon van Rost van Tonningen mag in Culemborg een toespraak houden met de dodenherdenking op 4 mei. Ik dacht er een hele tijd over na en lag de stelling later in de middag voor aan Alex, toen die langs kwam. Ook hij dacht er een hele tijd over na. Toen begon hij hardop zijn gedachten uit te spreken. “Wat ik er over weet, want ik heb de oorlog niet mee gemaakt, is, dat Rost van Tonningen een fervent NSB-er was en dat hij voor de oorlog in de Tweede Kamer zat voor de NSB. Tijdens de oorlog is hij SS'er geworden en zover ik weet is hij na de oorlog ter dood veroordeeld en terechtgesteld”. Hij zweeg even en dacht diep na. “Dan moet dit een zoon van die Rost van Tonningen zijn”. Ik knikte. “Nou”, zei Alex nadenkend: “dan maakt het voor mij alleen maar uit wat hij gaat zeggen. Ja toch?
Even zweeg hij, maar toen viel hij uit: “maar als hij het gedachtegoed van zijn moeder gaat verdedigen, mogen ze hem wat mij betreft in een vliegtuig zetten en boven de Noordzee, zonder parachute, uit laten stappen”. Ik schoot in de lach, want ik begreep Alex' uitval maar al te goed. Tenslotte was de weduwe Rost van Tonningen bij leven berucht om haar Nazisympathieën en haar dwepen met Herr Hitler. Gelukkig kon ik Alex geruststellen. Rost van Tonningen jr. had altijd afstand genomen van de ideeën van zijn ouders. “Nou, dan zie ik het probleem niet”, zei Alex: “hij kan er toch niets aan doen van wat zijn ouders uitgespookt hebben? Geen probleem. Maar nu we het er toch over hebben, weet je waar ik altijd een probleem mee heb gehad”? Ik wist het niet, maar Alex wilde het maar al te graag vertellen. “Ik heb er altijd een probleem mee gehad, dat Den Haag weduwe Rost van Tonningen een pensioen heeft uitbetaald, alleen maar omdat haar man een tijdje in de Tweede Kamer had gezeten. Daar wordt ik nou woest van”. Hij slikte even en ging toen verder: “als Jan met de Pet in vreemde krijgsdienst gaat, verliest hij zijn staatsburgerschap. Als een Tweede Kamerlid dat doet en veroordeelt wordt voor landverraad, dan krijgt zijn weduwe, tot haar dood, een staatspensioen. Dat maakt mij pissig”.
Er viel even een stilte, maar toen voelde ik me toch verplicht om voor advocaat van de duivel op te treden. “Technisch gezien, was de SS geen vreemde krijgsdienst. Het waren soldaten van de Nazipartij, niet van Duitsland”. “Mocht wat”, schamperde Alex: “de nazi's waren Duitsland en Duitsland was de nazi's, in de praktijk kon een Duitser overgeplaatst worden van de Wehrmacht naar de SS. Het was gewoon één. En het is trouwens het zelfde excuus, waarmee Aantjes er mee weg kwam in de tachtiger jaren, toen uitkwam dat hij ook lid van de SS is geweest”. Hij lachte schamper. “Weet je wat er trouwens ook als excuus werd gebruikt”? Ik schudde ontkennend het hoofd. “Wel”, zei Alex: “dat hij streng Gereformeerd is opgevoed en daarom geleerd had, dat een door God gegeven overheid altijd gehoorzaamd moet worden. Met andere woorden, de wil van God! Klinkt je dat niet bekend in de oren”? Ik keek hem vragend aan. “Ach, denk eens even door”, zei Alex. “Ins Allah. De wil van God. Het excuus van fundamentalisten van vandaag”!



Nu op radio Emmen






Weekschijf


